Leerdoelen
Leerdoelen per ontwikkelgebied
Elk stuk thema-materiaal is gekoppeld aan een of meer van deze doelen, zodat je per thema kunt zien wat er al aan bod komt — en waar nog een activiteit bij mag. Woordenschat, mondelinge taalvaardigheid en geletterdheid zijn overgenomen uit de inhoudskaarten van Kleuteruniversiteit; zie /over voor de volledige bronvermelding.
Woordenschat
25 doelen
Voorwaardelijk doel
- De kleuter … kan communiceren: verbaal of non-verbaal (in thuistaal)
- De kleuter … kan (kort) luisteren in concrete situaties
- De kleuter … staat open om spelenderwijs nieuwe woorden te leren
- De kleuter … is nieuwsgierig om de wereld om zich heen te ontdekken (exploreren/experimenteren)
Minimumdoel
- De kleuter … laat zien dat hij/zij woorden voor concrete voorwerpen begrijpt door ze aan te wijzen
- De kleuter … begrijpt de aangeboden (schooltaal)woorden
- De kleuter … breidt zijn/haar passieve woordenschat en kennis van de wereld uit door ontdekken/spelen/ervaren/instructie/activiteiten
- De kleuter … gebruikt woorden om concrete voorwerpen te benoemen en om zich uit te drukken
- De kleuter … gebruikt de aangeboden (schooltaal)woorden
- De kleuter … gebruikt lidwoorden
- De kleuter … gebruikt langzaamaan de werkwoorden die veel in dagelijkse routines terugkomen
Streefdoel (alle kleuters)
- De kleuter … begrijpt aangeboden en gehoorde (schooltaal)woorden in een nieuwe situatie
- De kleuter … gebruikt aangeboden en gehoorde (schooltaal)woorden in een nieuwe (betekenisvolle) situatie
- De kleuter … verbreedt zijn/haar aanwezige woordenschat door aanverwante woorden te leren
- De kleuter … weet dat woorden meerdere betekenisaspecten hebben (verdiepen van woordkennis)
- De kleuter … kan een woord omschrijven en meerdere betekenisaspecten van een woord benoemen
- De kleuter … kent en gebruikt steeds vaker werkwoorden en vervoegt deze (meestal) correct
- De kleuter … kent en gebruikt woorden voor gevoelens
- De kleuter … kent het verschil tussen ik, jij, hij/zij
- De kleuter … gebruikt bijvoeglijke naamwoorden
Extra streefdoel
- De kleuter … gebruikt verleden tijd
- De kleuter … kent of gebruikt enkel- en meervoudsvormen en verkleinwoorden
- De kleuter … gebruikt onbepaalde voornaamwoorden: iedereen, alles
- De kleuter … vraagt naar de betekenis van een woord, is nieuwsgierig en er op uit om kennis te vergaren
- De kleuter … kan de betekenis van een woord afleiden uit de context
Mondelinge taalvaardigheid
23 doelen
Voorwaardelijk doel
- De kleuter … reageert non-verbaal
- De kleuter … reageert in eigen taal
- De kleuter … reageert in het Nederlands
- De kleuter … kan om hulp vragen d.m.v. het aanwijzen van een pictogram of het pakken van een voorwerp
- De kleuter … durft te spreken in de thuistaal en/of het Nederlands
- De kleuter … durft woorden na te zeggen
- De kleuter … reageert op eigen naam
- De kleuter … reageert non-verbaal op medeleerlingen
Minimumdoel
- De kleuter … kan om hulp vragen d.m.v. thuistaal en/of de Nederlandse taal
- De kleuter … kan aandacht richten bij het luisteren naar de ander
- De kleuter … luistert precies met visuele ondersteuning om instructie of tekst of verhaal te begrijpen in een klein groepje
- De kleuter … maakt contact met medeleerlingen in de thuistaal en/of het Nederlands
- De kleuter … reageert verbaal/non-verbaal op een vraag van een ander
- De kleuter … kan reageren op interactieve manier van voorlezen
- De kleuter … kan de opbouw van een verhaal begrijpen (episodekaarten)
Streefdoel (alle kleuters)
- De kleuter … kan een kort verhaal vertellen (evt. in meerdere talen door elkaar)
- De kleuter … kan gericht luisteren in de grote groep met visuele ondersteuning
- De kleuter … kan spreken in een aangereikte/gecreëerde context
- De kleuter … kan vertellen vanuit zijn eigen beleving/ervaring
- De kleuter … kan een verhaal reproduceren (naspelen, naleggen, navertellen)
- De kleuter … kan vragen stellen in een aangereikte/gecreëerde context
Extra streefdoel
- De kleuter … kan een kort verhaal vertellen in de Nederlandse taal
- De kleuter … kan gericht luisteren zonder visuele ondersteuning
Geletterdheid
45 doelen
Voorwaardelijk doel
- De kleuter … kan verschillende geluiden herkennen en onthouden en aangeven waar ze vandaan komen
- De kleuter … kan woorden nazeggen in de thuistaal
- De kleuter … spreekt de klanken die hij/zij kent verstaanbaar uit (articulatie, volume)
- De kleuter … toont plezier in boeken (leesbeleving) en het voorlezen in de thuistaal
- De kleuter … ontwikkelt leesplezier/interesse in boeken
Minimumdoel
- De kleuter … ontwikkelt het bewustzijn dat woorden bestaan uit klanken en letters
- De kleuter … kan enkele woorden nazeggen in de Nederlandse taal
- De kleuter … kan enkelvoudige Nederlandstalige instructies begrijpen en uitvoeren
- De kleuter … kan klanken die niet in de thuistaal voorkomen herkennen
- De kleuter … spreekt klinkers en medeklinkers uit, in woordverband
- De kleuter … ontwikkelt het besef dat in het Nederlands onderscheid wordt gemaakt tussen lange en korte klanken
- De kleuter … ervaart dat je woorden kan verdelen in klankstukjes en dat je deze weer kan samenvoegen tot woorden
- De kleuter … doet kennis op met rijmen door middel van liedjes, versjes en prentenboeken op rijm
- De kleuter … kan onderscheid maken tussen lange en korte woorden en daarna zinnen
- De kleuter … leert dat een zin opgebouwd is uit woorden en doet ervaring op met het eerste en het laatste woord
- De kleuter … kan samengestelde woorden opdelen in aparte woorden met visuele ondersteuning
- De kleuter … toont plezier in allerlei soorten boeken (leesbeleving) en het voorlezen in de thuistaal en in het Nederlands
- De kleuter … begrijpt dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen
- De kleuter … weet dat boeken in het Nederlands van voor naar achter en van boven naar beneden gelezen worden
- De kleuter … weet dat verhalen een opbouw hebben en kan een bekend verhaal met visuele ondersteuning naleggen of navertellen
- De kleuter … maakt kennis met instructieve teksten, visueel ondersteund
- De kleuter … doet ervaring op met vragen beantwoorden en stellen naar aanleiding van een voorgelezen boek
- De kleuter … ontdekt dat geschreven taalproducten (briefjes, boeken, tijdschriften) een communicatief doel hebben
- De kleuter … kent het onderscheid tussen 'lezen' en 'schrijven'
Streefdoel (alle kleuters)
- De kleuter … kan woorden in de juiste volgorde in een zin onthouden
- De kleuter … kan meervoudige instructies begrijpen en uitvoeren
- De kleuter … kan een zin van 3-4 woorden nazeggen
- De kleuter … kan een trefwoord onderscheiden in een reeks van een aantal woorden
- De kleuter … kan aangeven of twee genoemde woorden hetzelfde zijn of niet
- De kleuter … kan klanken die niet in de thuistaal voorkomen uitspreken
- De kleuter … laat onbeklemtoonde klanken niet langer weg
- De kleuter … gebruikt Nederlandse tweeklanken (au, eu, ui)
- De kleuter … spreekt clusters van medeklinkers uit
- De kleuter … kan alleen rijmpjes opzeggen
- De kleuter … kan een rijmwoord voorspellen op basis van de context
- De kleuter … kan aangeven of twee genoemde woorden wel of niet op elkaar rijmen
- De kleuter … kan de eerste letter van een woord benoemen
- De kleuter … kan de laatste letter van een woord benoemen
- De kleuter … kan een voorgelezen verhaal navertellen zonder gebruik te hoeven maken van illustraties
Extra streefdoel
- De kleuter … kan naar een verhaal luisteren en ontwikkelt verhaalbegrip
- De kleuter … weet uit welke klanken enkele en samengestelde woorden bestaan
- De kleuter … kan zelf een woord bedenken dat uit twee of drie klankstukken bestaat
- De kleuter … kan een aantal bekende woorden eindrijmen
- De kleuter … kan de middelste letter van een mkm-woord benoemen
- De kleuter … kan zelf een zin maken met een gegeven trefwoord
Motorische ontwikkeling
6 doelen
Minimumdoel
- Grove & fijne motoriek:De kleuter … beweegt met plezier mee in grove-motoriekactiviteiten: springen, klimmen, klauteren, bal gooien en vangen
- Grove & fijne motoriek:De kleuter … voert eenvoudige fijne-motoriekhandelingen uit: knippen, plakken, kleuren, iets vastpakken
- Lichaamsoriëntatie:De kleuter … kent de eigen lichaamsdelen en kan bewegingen ermee benoemen en uitvoeren
Streefdoel (alle kleuters)
- Sensomotoriek:De kleuter … combineert waarnemen en bewegen doelgericht (bijv. een bal precies vangen of ergens overheen stappen)
- Tekenontwikkeling:De kleuter … tekent met toenemende controle en houdt het potlood op een functionele manier vast
- Ruimtelijke oriëntatie:De kleuter … oriënteert zich in de ruimte: begrijpt en gebruikt begrippen als voor/achter, boven/onder, links/rechts
Sociaal-emotionele ontwikkeling
4 doelen
Minimumdoel
- Emoties herkennen:De kleuter … herkent en benoemt (met visuele ondersteuning) basisemoties bij zichzelf en bij anderen
- Relaties hanteren:De kleuter … speelt en werkt samen met andere kinderen, met oefening van sociale vaardigheden
Streefdoel (alle kleuters)
- Zelfmanagement:De kleuter … kan met begeleiding omgaan met eigen emoties in een veilig klimaat (zelfmanagement)
- Keuzes maken:De kleuter … maakt (met begeleiding) eigen en gezamenlijke keuzes tijdens spel en activiteiten
Spel
3 doelen
Minimumdoel
- Spelvormen:De kleuter … ontdekt de wereld via spel: rollenspel, constructiespel en regelspel passend bij de leeftijd
Streefdoel (alle kleuters)
- Spel als taalmiddel:De kleuter … gebruikt spel als natuurlijke aanleiding om te communiceren en woorden te leren (spel als taalmiddel)
- Spelregels verkennen:De kleuter … verkent samen met andere kinderen de regels die bij een spel horen
Rekenen (getal- en meetbegrip)
6 doelen
Minimumdoel
- Getalbegrip:De kleuter … telt hardop tot 10 en verder, in de goede volgorde
- Getalbegrip:De kleuter … herkent en benoemt eenvoudige vormen (cirkel, driehoek, vierkant)
- Getalbegrip:De kleuter … vergelijkt hoeveelheden met begrippen als meer/minder/evenveel
Streefdoel (alle kleuters)
- Meten & ordenen:De kleuter … telt een kleine hoeveelheid voorwerpen nauwkeurig (tot 10) en koppelt daar het juiste getal aan
- Meten & ordenen:De kleuter … ordent voorwerpen op grootte, lengte of gewicht
- Meten & ordenen:De kleuter … gebruikt meetbegrippen als lang/kort, zwaar/licht, vol/leeg in een concrete situatie
112 leerdoelen in totaal.